Ido Weijers – De Creatie Van Het Mondige Kind
BC/Mpl
geschiedenis van pedagogiek en jeugdzorg
191 pagina’s
De geschiedenis van de pedagogiek en van de jeugdzorg worden doorgaans apart behandeld. Dit boek biedt een ge ntegreerde historische inleiding tot het hele terrein van de zorg voor de opvoeding en begeleiding van kinderen en jongeren. ‘
In het licht van de moderne opvoedingstraditie waarin het opvoedingsdoel van de mondigheid centraal staat, is het huidige gebruik van de notie van het ‘mondige kind’ een contradictie. Opvoeding betekent dat men kinderen helpt, begeleidt en leidt, op weg naar mondigheid. De opvoeder treedt op, zoals Langeveld het formuleerde, als ‘plaatsvervangend geweten’. Mondige individuen hebben daarentegen geen opvoeding nodig, zij kunnen iets leren, ze kunnen kennis verwerven, een training doen en op vele manieren worden voorzien van hulp en advies, maar ze kunnen niet worden opgevoed, omdat ze worden verondersteld al tot moreel en intellectueel zelfbestuur in staat te zijn. Het ‘mondige kind’ is in feite geen kind meer, althans geen ‘opvoedeling’ in de zin van de moderne opvoedingstraditie.
In drie hoofdstukken worden de ontwikkelingen met betrekking tot het schoolkind, het zorgenkind en het probleemkind beschreven waarbij een accent ligt op de negentiende en twintigste eeuw. De auteur schetst als rode draad de toenemende nadruk op de mondigheid van het kind en hij laat zien welke verandering dit begrip heeft ondergaan.
Dr. Ido Weijers is verbonden aan de Faculteit Sociale Wetenschappen van de Universiteit Utrecht en aan de Faculteit Cultuurwetenschappen van de Universiteit Maastricht. Hij publiceerde eerder onder meer Terug naar het behouden huis. Romanschrijvers en wetenschappers in de jaren vijftig (1991) en Schuld en schaamte. Een pedagogisch perspectief op het jeugdstrafrecht (2000).
Heeft opvoeden nog zin of moeten we toch weer terug naar Bavinck (negentiende eeuw) waarbij opvoeden stond voor het vormen van ‘jongeren tot alle goeds toegerust’? Vandaag geldt meer dat jongeren tot mondigheid worden begeleid. Ook het begrip mondigheid verandert snel in onze cultuur die beheerst wordt door marktdenken, waarin het kind als een zelfstandige consument wordt beschouwd. Typerend is dan dat onderwijs min of meer vervreemd is van de vraag rond waarden en normen. Omdat de empirisch ingestelde pedagoog elke orientatie op een opvoedingsdoel heeft geelimineerd, bestaat de vraag of opvoeden nog zin heeft. Zelfwerkzaamheid en sociale gelijkheid monden uit in het experiment van het Studiehuis. Het denken over de zin van opvoeden krijgt een integratie-moment in de drie hoofdstukken: ‘Het schoolkind’, ‘Het zorgenkind’, ‘Het probleemkind’. Helder geschreven. Misschien wordt het verhaal van het bijzonder onderwijs onderbelicht. Maar er is een heldere, moderne vraagstelling, waar opvoeders en beleidsmakers hun voordeel mee kunnen doen. Deze nieuwe druk is geactualiseerd. De schrijver werkt aan de universiteit van Utrecht.
Bespaar portokosten bekijk ook mijn andere advertenties